Deze drie elementen zijn onmisbaar voor een goede mobiliteitshub

Bron: VerkeersNet – Jan Pieter Rottier

Een treinstation met fietsenstalling is nog geen mobiliteitshub. Een bushalte in een dorp ook niet. Aan welke kenmerken moet een goede hub voldoen? Mobiliteitsadviseurs Micha Sijtsma en Peter Krumm vertelden tijdens het OV Congres welke drie elementen echt niet mogen ontbreken.

“Een voorbeeld van hoe het niet moet: station Lage Zwaluwe”, begint Krumm. “Enerzijds zou je zeggen: een perfecte hub. Het station is gelegen langs de A16, tussen Breda en Rotterdam. Er zijn veel parkeerplaatsen, er zijn fietsenstallingen, liften. En toch is Lage Zwaluwe vorig jaar beoordeeld als het slechtst scorende station van Nederland.”

Even een stap terug. Waarom zijn hubs belangrijk? De oplossing voor toekomstige bereikbaarheid van steden ligt in de verbinding met de regio, is Krumm’s overtuiging. En hubs spelen daarin volgens hem een belangrijke rol. Want via zo’n mobiliteitsknooppunt kunnen mensen gebundeld en op een duurzame manier – bijvoorbeeld via lightrail – naar het centrum van de stad reizen. Of vanuit de binnenstad weer terug naar de rand, om vandaar uit met een van de vele beschikbare vervoersmiddelen weer verder te gaan. Omdat mensen hun auto laten staan is dat niet alleen goed voor de bereikbaarheid, maar ook voor het milieu.

Nanohub

Zo’n hub is in de stad niet zo’n uitdaging, vertelt Sijtsma. De regio, daar zit het ‘m. “In steden is de afgelopen tien, vijftien jaar ontzettend veel aandacht besteed aan OV-knopen. Rotterdam Centraal is daar een van de beste voorbeelden van. Maar de regio kan daar iets minder goed in meekomen. Daar zijn nog steeds belangrijke lijnen, maar het gaat vaak alleen om het in- en uitstappen bij een halte, niet het overstappen. Maar ook hier zijn volop kansen om werk te maken van mobiliteitsknooppunten waar mensen samenkomen en gebundeld verder kunnen reizen.”

 

Krumm wijst op drie elementen die onmisbaar zijn voor een goede mobiliteitshub. “Een goede hub biedt naast een combinatie van verschillende mobiliteitsdiensten ook andersoortige diensten aan: horeca bijvoorbeeld. Bedenk: wat maakt zo’n plek aantrekkelijk voor mensen?” Als voorbeeld wijst hij op de Nanohub, een slimme pakketkluis waarin bezorgers internetbestellingen of boodschappen kunnen achterlaten.

Transferium Hoogkerk Groningen

Zijn tweede aanbeveling luidt: maak van die hubs iconische gebouwen, duidelijk zichtbaar én aantrekkelijk voor de mensen om te gebruiken. “Het transferium in Hoogkerk vind ik daar een mooi voorbeeld van. Het is niet alleen een simpele parkeerplaats, maar met het ontwerp, belichting, kleurgebruik is er echt geprobeerd om er een aantrekkelijke plek van te maken. Dit is echt anders dan die traditionele P&R’s van vroeger.”

Denk goed na over de plek van een hub, is zijn derde advies. Anders is mensen verleiden om de auto te laten staan onbegonnen werk. “Een goede plek is bijvoorbeeld langs de toekomstige Uithoornlijn, ten zuiden van Amsterdam en Amstelveen. Dat is een hele mooie plek om mensen die aankomen per auto, fiets of ondersteunend OV te bundelen, zodat ze met de sneltram naar het centrum kunnen gaan. Overheden en marktpartijen moeten daar nu al, vooraf, met elkaar over in gesprek gaan.”

Samenwerking

“Op het moment dat je een goede mobiliteitshub in elkaar wilt zetten, en andere voorzieningen wilt aanbrengen, ga je vanzelf te maken krijgen met andere partners: horeca, leveranciers van reisinformatie, aanbieders van deelmobiliteit etc. De kracht van een hub is duidelijk, maar de wijze waarop partijen moeten samenwerken, daar zit nog een belangrijke uitdaging voor de komende jaren.”

Laat je een hub beheren door een publieke of een private partij? En wat als het een netwerk van hubs betreft? Zou je dat als overheid in de vorm van een concessie kunnen gaan doen? En welke plek heeft zo’n hub in de gebiedsontwikkelingsplannen? De APPM-adviseur wil slechts denkrichtingen geven. Antwoorden heeft hij nog niet. “Welke wijze van samenwerking het beste is, dat moet de toekomst uitwijzen.”